Eenvoudige verklarende woordenlijst
4 Edele waarheden:
- het ware lijden
- de ware oorzaak van het lijden
- de ware opheffing
- het ware pad
10 Schadelijke activiteiten:
- Drie fysieke schadelijke activiteiten: doden, stelen
en sexueel wangedrag (overspel)
- Vier verbale schadelijke activiteiten: liegen, tweedracht
zaaien, schelden en grove taal gebruiken, zinloos kletsen
- Drie mentale schadelijke activiteiten: hebzucht, kwaadwil,
verkeerde zienswijzen
Ani (ook
Ani-la): Tibetaanse aanspreektitel voor een non.
Arhat:
Sanskriet voor een boeddhistische heilige die verlossing van
de cyclus van ongecontroleerde wedergeboorte
(samsara) heeft bereikt, en daarme het 'nirvana'.
Arya:
Persoon die de waarheid van de leegte
direct gerealiseerd heeft.
Atisha Dipamkara Shrijnana:
Belangrijke Indiase boeddhistische meester (982-1052) die
in de 11de eeuw naar Tibet gegaan is, en daar een heropleving
van het boeddhisme veroorzaakt heeft na een periode van vervolging
door koning Langdharma.
| |
 |
| |
Thangka 1000-armige
Avalokiteshvara |
Avalokiteshvara: (Tibetaans:
Chenrezig). Een meditatieboeddha die vooral compassie/mededogen
symboliseert. Een belangrijke boeddhavorm binnen het Tibetaans
boeddhisme. Zie ook Tantra.
Bardo: Tibetaans
voor 'tussenstaat', dit is de toestand tussen sterven en (weder)
geboorte.
Basic Program: Onderdeel
van het studieprogramma dat grondig op de filosofie en
praktijk van het Tibetaans boeddhisme ingaat. Komt overeen
met het Basic
Program van de FPMT. In Emst
duurt het volledige programma vijf jaar.
Bestaanswerelden: Volgens
het boeddhisme bestaan er veel verschillende werelden waar
voelende wezens leven. Afhankelijk van wat deze wezens
voor een soort ervaringen meemaken, worden de volgende ervaringswerelden
beschreven: de drie 'lagere bestaanswerelden' met een hels
bestaan, de zogenaamde hongerige geesten of preta's
(geplaagd door honger en dorst) en dieren; daarnaast de drie
'hogere bestaanswerelden' met mensen, halfgoden en
goden (die een hemels bestaan hebben). Al deze wezens
bevinden zich in de cyclus van leven, dood en wedergeboorte.
Bewuste wezens (of voelende
wezens): Wezens binnen het cyclische bestaan (samsara)
die een geest/bewustzijn/gevoel bezitten. Dieren worden in
het algemeen tot bewuste wezens gerekend, planten niet.
Bodhicitta: Sanskriet voor
'verlichtingsgeest'. De wens om alle voelende wezens naar
de verlichting te voeren, en daarom het Boeddhaschap
willen bereiken. Dit is de motivatie van een Bodhisattva.
Bodhisattva:
Sanskriet voor 'verlichtingswezen'. Een persoon die de Bodhicitta-motivatie
heeft om alle voelende wezens naar de verlichting
te willen voeren, en daarom het Boeddhaschap wil bereiken.
Bodhisattva-gelofte: Er zijn in principe twee soorten bodhisattva geloften; de wensende bodhisattva-gelofte waarbij je het voornemen hebt om een boeddha te worden voor het welzijn van alle wezens, en de ondernemende bodhisattva-gelofte waarbij je invulling geeft aan de wens, door te trainen in de drie soorten morele zelfdiscipline van de bodhisattva's.
Boeddha: Een volledig verlichte, ontwaakte, alwetende
persoon die alle negative kwaliteiten heeft gezuiverd en alle
positieve kwaliteiten volledig heeft ontwikkeld. 'De Boeddha'
verwijst meestal naar de historische Shakyamoenie Boeddha.
Een Boeddha is niet meer gebonden aan de kringloop van ongecontroleerde
wedergeboorte
(samsara). Zie ook de pagina Boeddha.
| |
 |
| |
Thangka van
4-armige Chenrezig |
Boeddhisme: Een van de vier
grootste wereldreligies, gebaseerd op de leringen van Shakyamoenie
Boeddha die rond de 6e eeuw voor Christus in India leefde
en de allerhoogste staat van verlichting bereikte.
Chenrezig: Tibetaans voor
Avalokiteshvara (Sanskriet), Een meditatieboeddha die vooral
compassie/mededogen symboliseert. Een belangrijke boeddhavorm
binnen het Tibetaans boeddhisme. De meest bekende mantra in
Tibet is ook van Chenrezig: OM
MANI PADME HOEM. Zie ook Tantra.
Compassie (of mededogen):
De wens dat alle voelende wezens vrij zijn van problemen
en lijden. Zie ook het transcript Het goede hart door Lama Zopa Rinpochee.
Cyclisch bestaan: zie samsara.
Dalai
Lama: Spiritueel en politiek leider van het Tibetaanse
volk.
Dharma:
Sanskriet woord met meerdere betekenissen, maar binnen het
boeddhisme wordt er vooral de leer van de Boeddha mee aangeduid.
Dharmabeschermer: Speciaal
Lid van het Maitreya Instituut - zie ook lidmaatschap.
Dier: Voelend wezen
binnen het cyclische bestaan (samsara) dat daar terecht
is gekomen door onwetendheid en geplaagd wordt door
de angst verslonden te worden, gebruikt te worden door bijvoorbeeld
mensen, het niet kunnen uitdrukken van gevoelens etc. .
Discovering
Buddhism: Onderdeel van het Maitreya studieprogramma,
geschikt voor mensen die eens willen kennismaken met het Tibetaans
boeddhisme, maar vooral ook bedoeld voor mensen die een stevige
basis willen leggen voor nadere studie en beoefening. Discussies
en meditaties maken
deel uit van de lessen. In de cursus komen veertien kernonderwerpen
uit het Tibetaans boeddhisme aan bod. Dit is het Nederlandse
equivalent van het FPMT Discovering
Buddhism programma.
Djenang: Tibetaans voor 'vervolgtoestemming. Dit is een trantrische initiatie (toestemming) voor het beoefenen van een bepaalde meditatieboeddha (Yidam). Djenangs zijn eigenlijk vooral bedoeld voor mensen die al eerder een volledige initiatie ('wang') in dezelfde meditatieboeddha hebben ontvangen, of een initiatie in de hoogste klasse van tantra, die dan de volledige beoefeningen mogen doen. Mensen zonder zulke voorgaande initiaties mogen wel de meditaties doen, maar mogen zichzelf niet als boeddha mediteren/visualiseren.
Djindak: Tibetaans voor
'sponsor' - bijzonder lid van het Maitreya Instituut - zie
ook lidmaatschap.
Drie
juwelen: De objecten van boeddhistische toevlucht:
de Boeddha, de
Dharma (zijn leer) en de Sangha
(spirituele gemeenschap)
Eerwaarde:
Aanspreektitel voor monnik
of non (in het Engels: Venerable).
| |
|
| |
Thangka van de
historische Boeddha |
| |
 |
| |
Gelug monniken met
rituele gele kappen |
FPMT: Foundation
for the Preservation of the Mahayana Tradition, een wereldwijde
Tibetaans boedhistische organisatie opgericht door Lama
Thubten Yeshe en met spiritueel directeur Lama
Zopa Rinpochee. Het Maitreya Instituut is met de FPMT
geaffilieerd.
Gautama (Boeddha): De historische
Boeddha (ook wel Shakyamoenie Boeddha of gewoon
'de Boeddha' genoemd) die rond 560 v.Chr werd geboren als
Prins Siddharta in een klein koninkrijk in Noord-India. Als
Indiase prins had hij een zeer comfortabel, rijk en zorgeloos
leven. In de wereld buiten zijn paleis werd hij echter geconfronteerd
met ziekte, ouderdom en dood. Dat was voor hem aanleiding
om zijn koninklijk bestaan vaarwel te zeggen en op zoek te
gaan naar de verlichting, de verlossing van het lijden.
Zijn inzichten en ervaringen gaf hij door aan zijn leerlingen,
zodat zij net als hij de verlichting kunnen bereiken.
Gebedsmolen:
zie Maniwiel.
Geest: Een niet-materieel
fenomeen dat waarneemt, denkt, herkent, ervaart en reageert
op de omgeving.
Gelug (of Gelugpa): Tibetaans
voor 'het systeem van de deugdzamen'. Traditie binnen
het Tibetaans boeddhisme, gestart door Lama Tsong Khapa.
De andere belangrijkste Tibetaanse tradities zijn Nyingma,
Kargyü en Sakya. Zijne Heiligheid de Dalai Lama behoort tot de Gelug traditie.
Geshe: Hoogste studiegraad
voor monniken van de Gelug traditie van het Tibetaans
boedhisme, te vergelijken met een doctoraat in theologie.
Binnen de Geshe titel zijn er ook enkele graderingen, waarvan
de Lharampa-graad de hoogste is. Soms wordt 'Geshe-la' gezegd, de 'la' is een toegevoegde beleefdheidsvorm in het Tibetaans.
Goden: (Sanskriet: deva, Tibetaans: lha) Voelende wezens binnen
de cyclus van wedergeboorte
(samsara) die tijdelijk in hemelse omstandigheden
leven. In het boeddhisme wordt niet uitgegaan van het bestaan
van een almachtige schepper God zoals in de joods-christelijk-islamitische
traditie. Het woord god wordt echter ook wel eens gebruikt om bijvoorbeeld een boeddha aan te duiden.
Goeroe (of Guru): Sanskriet voor 'spirituele leraar'. In het Tibetaans: lama.
Goeroe
poedja: Sanskriet voor een rituele gebedsdienst
(poedja) toegewijd aan onze spirituele
leraren (Goeroes). In het Tibetaans: Lama Chöpa.
Gompa: Tibetaanse voor klooster.
Deze term wordt in westerse centra gebruikt voor de belangrijkste meditatie-, gebeds- en lesruimte. (De meditatiehal
in een klooster heet in het Tibetaans 'dü khang').
Halfgod:
(Sanskriet: Asura) Een voelend wezen binnen het cyclische bestaan
(samsara) met een ervaringswereld die de goden benaderd,
maar wordt vooral geplaagd door jaloezie.
Hartsoetra: Korte soetra
over de uiteindelijke realiteit (leegte).
Hel: Een bestaan binnen
de cyclus van ongecontroleerde wedergeboorte
(samsara), wat gekenmerkt wordt door voortdurend
extreem lijden en vrijwel geen plezier of geluk.
Hemel: Een bestaan binnen
de cyclus van ongecontroleerde wedergeboorte
(samsara) als zogenaamde 'god', wat gekenmerkt wordt
door voortdurend geluk en vrijwel geen lijden.
Initiatie: Toestemming voor vadjrayana beoefening. De meest bekende soorten initiaties zijn de 'wang' - een volledige initiatie, en de 'djenang' - een vervolgtoestemming.
Jenang: zie djenang.
Kargyü: Eén
van de vier belangrijkste scholen binnen het Tibetaans Boeddhisme.
Karma: Sanskriet voor 'actie'.
In de wijdere zin wordt hiermee verwezen naar een natuurwet
die verklaart dat negatieve acties tegenover andere voelende
wezens negatieve gevolgen voor de dader hebben, en dat
positieve acties tegenover andere voelende wezens
positieve gevolgen voor de dader hebben.
Lama: Tibetaans
voor 'spirituele
leraar' (Goeroe in het Sanskriet). Niet iedere monnik
of non wordt beschouwd als lama, en een lama hoeft niet
per se monnik of non te zijn.
Lama Thubten Yeshe (1935-1984):
De oprichter van de FPMT, een
van de eerste Tibetaanse leraren die veel met westerlingen
in contact kwam (rechts op de foto).
Lama Thubten Zopa:
De huidige spiritueel directeur van de FPMT
(links op de foto), leerling van Lama Thubten Yeshe. |
|
 |
| |
|
| |
Lama Tsong Khapa
en twee discipelen |
Lama Tsong Khapa (1357 -
1419): Belangrijke Tibetanse meester en oprichter van de Gelug
traditie.
Lam Rim: Tibetaans voor
'stadia van het pad'. Een systematische presentatie van de
leringen van de Boeddha. Voor het eerst in deze vorm gepresenteerd
door de Indiase meester Atisha (982 - 1054), en vooral verder
ontwikeld in de Gelug traditie van het Tibetaans
boeddhisme.
Leegte: (Sanskriet: Shunyata)
Filosofisch begrip uit het boeddhisme dat de uiteindelijke
realiteit beschrijft. Het betekent niet de leegte zoals in
een vacuum, maar het ontbreken van enkele eigenschappen die
we normaal aan de realiteit toeschrijven. Een directe realisatie
(ervaring) van de leegte vormt de basis om van de ongecontroleerde
cyclus van wedergeboorte
(samsara) te kunnen ontkomen. Zie ook zelfloosheid
en de pagina over de wijsheid van de leegte.
Lekengeloften: De geloften die men kan nemen bij het nemen van toevlucht.
Liefde (of liefdevolle vriendelijkheid):
De wens dat voelende wezens gelukkig zijn.
Lijden: (Sanskriet: Dukkha)
In het Boeddhisme worden drie soorten lijden genoemd; de eerste
is 'lijden van lijden', oftewel de onprettige ervaring van
pijn en problemen; de tweede is 'lijden van verandering',
oftewel het feit dat ook de prettigste ervaring maar van voorbijgaande
aard is; en als derde is er het 'allesdoordingende lijden',
dit is het feit dat zolang we in de cyclus van ongecontroleerde
wedergeboorte
vastzitten, waarin er altijd onzekerheid is en problemen en
pijn zomaar kunnen ontstaan. Zie ook de pagina Vergankelijkheid
en lijden.
Lo Djong: Tibetaans voor
'gedachtetraining', een belangrijk studieonderwerp in de
Tibetaanse kloosters en onderdeel van het Basic Program.
Lo Rig: Tibetaans voor 'geest
en cognitie', een belangrijk studieonderwerp in de Tibetaanse
kloosters en onderdeel van het Basic Program.
| |
 |
|
| |
Maitreya Boeddha
thangka - Andy Weber |
|
| |
|
|
| |
Chenrezig mandala
|
|
| |
 |
|
| |
Manjushri
|
|
| |
|
|
| |
Medicijnboeddha
thangka - Andy Weber |
|
Mahayana:
Sanskriet voor 'groot voertuig'. Binnen het boeddhisme één
van de twee grote stromingen, de andere wordt Hinayana
('bescheiden voertuig') genoemd, heden ten dage vertegenwoordigd
door de Theravada traditie. Het Tibetaans boeddhisme
wordt onder het Mahayana gerekend, en binnen het Mahayana
tot het Tantrayana of Vadjrayana.
Mahayana
geloften: Traditionele geloften die voor 24 uur
genomen kunnen worden.
Maitreya: De toekomstige
Boeddha, maar ook een voormalige leraar en discipel van Shakyamoenie
Boeddha.
Mala:
Kralensnoer om gebeden of mantra's
te tellen.
Mandala:
Sanskriet voor 'cirkel'. 1. Het traditionele beeld van het
universum in de boedhistische cosmologie, 2. De symbolische
afbeelding van de zuivere wereld die een Boeddha ervaart,
waarin iedereen gelukkig is en geen lijden
ondergaat.
Mani:
Kort voor de mantra
van Avalokiteshvara: OM
MANI PADME HOEM
Manjushri: Meditatieboeddha die vooral wijsheid symboliseert. Manjushri was ook een belangrijke leerling van de historische Boeddha. Zie ook de Lofzang op Manjushri. Zie ook Tantra.
Maniwiel:
Tibetaanse gebedsmolen, genoemd naar de 'Mani-mantra' waarmee
deze gebedsmolens vooral mee gevuld zijn. Zie ook de voordelen
van gebedsmolens en het ritueel.
Mantra:
Sanskriet voor 'denkgereedschap'. Meestal korte zin in het
Sanskriet om de geest van verstorende emoties te
beschermen. Een zeer bekende mantra uit het
Tibetaans boeddhisme is OM
MANI PADME HOEM, een nauwelijks te vertalen spreuk met
een zeer uitgebreide symbolische betekenis.
Master Program:
Uitgebreid studieprogramma dat gegeven wordt in het Maitreya
Instituut te Emst,
beter beschreven als 'Verkort Mastersprogram' (abridged masters
program) van de FPMT.
Mededogen (of Compassie):
De wens dat voelende wezens vrij zijn van lijden. Zie ook het transcript Het goede hart door Lama Zopa Rinpochee.
Medicijnboeddha: Een meditatieboeddha
die vooral heling/genezing symboliseert. Traditioneel worden
maandelijks gebedsdiensten
(poedja's) georganiseerd die zich richten op deze
boeddhavorm, met name op dagen met volle en nieuwe maan. Zie
ook Tantra.
Meditatie:
Het equivalente Tibetaanse woord 'gom' betekent gewenning,
of bekend worden met. Het refereert aan de gewenning aan positieve
en realistische staten van de geest.
Nagarjuna:
Belangrijke boeddhistische filosoof die rond 150-250 AD in
India leefde. Hij was de grondlegger van de Madhyamaka (middenweg)
filosofie die vooral in het Mahayana boeddhisme werd
overgenomen.
Negative emoties: zie Verstorende
emoties.
Nirvana: (Sanskriet) Berustende
bevrijding. De staat van een Arhat, vrij van de cyclus
van wedergeboorte
en lijden. Een Arhat is echter niet alwetend zoals een Boeddha, die in de staat van Parinirvana verkeert.
Nyingma: (Tibetaans voor
Oudere school) De oudste van de vier belangrijkste scholen
binnen het Tibetaans boeddhisme
Ontdek
het boeddhisme: Onderdeel van het Maitreya studieprogramma,
geschikt voor mensen die eens willen kennismaken met het Tibetaans
boeddhisme, maar vooral ook bedoeld voor mensen die een stevige
basis willen leggen voor nadere studie en beoefening. Discussies
en meditaties maken
deel uit van de lessen. In de cursus komen veertien kernonderwerpen
uit het Tibetaans boeddhisme aan bod. Dit is het Nederlandse
equivalent van het FPMT Discovering Buddhism program.
Onwetendheid: Binnen het
boeddhisme worden twee soorten onwetendheid genoemd, de normale
onwetendheid van iets niet weten of willen weten, en de tweede
soort onwetendheid is over het niet kennen/begrijpen van de
leegte,
oftewel de ware aard van onszelf en de wereld.
Parinirvana:
De allerhoogste staat van een Boeddha, vrij van de cyclus
van wedergeboorte
(samsara), lijden en onwetendheid.
Poedja:
Sanskriet voor gebedsdienst of offerceremonie.
Preta: (Sanskriet) Geobsedeerde
geest. Wezen binnen het cyclische bestaan van wedergeboorte
(samsara) dat vooral gekweld wordt door obsessies
zoals onstilbare honger en dorst.
Reincarnatie of
wedergeboorte: Het geloof in het boeddhisme dat de geest
een voortgang van bewustzijn is en sinds beginloze tijden
verschillende vormen (levens) aanneemt. Of we goede of slechte
ervaringen meemaken hangt af van onze acties (karma)
uit het verleden. Ongecontroleerde reincarnatie of wedergeboorte
(samsara) kan volgens het boeddhisme alleen gestopt
worden door de directe realisatie van de ultieme waarheid
van de leegte.
Retraite:
Periode van afzondering van de buitenwereld, om zich geheel
te kunnen concentreren op de religieuze beoefening. Zie ook deze les van Lama Zopa Rinpochee over retraite doen.
Rinpochee: Tibetaans voor 'waardevolle', een titel die gebruikt wordt voor hoog gerespecteerde lama's.
Sadhana: Sanskriet voor een specifieke (veelal tantrische) beoefening.
Sakya: Eén
van de vier belangrijkste scholen binnen het Tibetaans Boeddhisme.
Samantabhadra: Een Boeddha
die vooral bekend is vanwege zijn bijzonder uitgebreide offergaven
en toewijdingen.
Samsara: Sanskriet voor
de cyclus van leven, dood en geboorte waarbij we ongecontroleerde
wedergeboortes
ervaren onder invloed van verstorende emoties en
karma. Het proces ontstaat door onwetendheid
en is getekend door problemen en lijden.
Sangha:
Sanskriet voor spirituele gemeenschap. In de meest beperkte
zin, de gemeenschap van Arhats
('heiligen'), ook gebruikt als monniken
en nonnen in het algemeen, of zelfs in het algemeen als
de boeddhistische gemeenschap.
Shakyamoeni (Boeddha): De
historische Boeddha (ook wel Gautama Boeddha
of gewoon 'de Boeddha' genoemd) die rond 560 v.Chr werd geboren
als Prins Siddharta in een klein koninkrijk in Noord-India.
Als Indiase prins had hij een zeer comfortabel, rijk en zorgeloos
leven. In de wereld buiten zijn paleis werd hij echter geconfronteerd
met ziekte, ouderdom en dood. Dat was voor hem aanleiding
om zijn koninklijk bestaan vaarwel te zeggen en op zoek te
gaan naar de verlichting, de verlossing van het lijden.
Zijn inzichten en ervaringen gaf hij door aan zijn leerlingen,
zodat zij net als hij de verlichting kunnen bereiken.
Shantideva: Belangrijke
boeddhistische meester uit India in de 8ste eeuw. Zijn bekendste werk is de Bodhisattvacharyavatara; 'Het pad van de bodhisattva-krijger'
of 'Beoefeningen van bodhisattva's'.
Soetra: Boeddhistische tekst
met onderricht van de Boeddha.
Shunyata: Sanskriet voor
het boeddhistische concept van leegte
of zelfloosheid. Een directe realisatie (ervaring)
van shunyata vormt de basis om van de ongecontroleerde cyclus
van wedergeboorte
(samsara) te kunnen ontkomen.
Tantra:
Sanskriet voor 'continuiteit' of 'stroom'. 1. In het algemeen
het systeem van meditatie
zoals in de tantrische teksten beschreven wordt. 2. Een geschrift
dat tantrische beoefeningen beschrijft. Deze boeddhistische
leringen worden ook Tantrayana, Mantrayana, Vadjrayana of
'geheime leer' genoemd. De methodes bevatten veel symboliek,
meditatie en vooral een goede begeleiding door een gekwalificeerde
leraar is essentieel.
| |
 |
| |
Thangka
Groene Tara |
Tantrayana of vajrayana:
Sanskriet voor het tantrische voertuig. Een school binnen
het Mahayana boeddhisme die zich met tantra bezighoudt.
Tara: Vrouwelijke meditatieboeddha,
vaak symbolisch voor wijsheid en juiste actie. Traditioneel
worden maandelijks gebedsdiensten (poedja's)
georganiseerd die zich richten op deze boeddhavorm, met name
op de achtste van de Tibetaanse maand. Er bestaan verschillende vormen van Tara, zie bijvoorbeeld de De lofzang aan de 21 Tara's. Zie ook Tantra.
Thangka:
Tibetaanse rolschildering, meestal met boeddhistisch motief.
Tibetaans
boeddhisme: Boeddhistische traditie die vanuit
India werd ingevoerd naar Tibet. Het wordt gerekend tot het
Mahayana
boeddhisme en bevat veel elementen van boeddhistische tantra.
Toevlucht
nemen: Boeddhist worden; men 'neemt toevlucht' oftewel
stelt vertrouwen in de Boeddha, zijn leringen (Dharma)
en de spirituele gemeenschap (Sangha).
Toelkoe of tulku: Tibetaans voor 'Emanatie-lichaam'. Een titel gebruikt voor grote boeddhistische meesters die controle hebben over hun wedergeboorte.
Tsatsa: Tibetaans woord
voor een (meestal kleine) klei-figuur met boeddhistische afbeeldingen.
Tsong Khapa (1357 -
1419): Belangrijke Tibetanse meester en oprichter van de Gelug traditie in Tibet.
Vadjra of vajra:
Ritueel voorwerp, van oorsprong een soort scepter. Het woord wordt ook wel vertaald als diamant, om onvernietigbaarheid uit te drukken.
Vadjrayana of Tantrayana: Sanskriet voor het tantrische voertuig, oftewel de boeddhistische methode die tantra gebruikt. Een school binnen
het Mahayana boeddhisme die zich met tantra bezighoudt.
Venerable: Engelse aansreektitel voor monnik of non - in het Nederlands is dit 'eerwaarde'.
Verlichting: De hoogste
staat van verlichting is de staat van een Boeddha.
Soms wordt een Arhat
ook verlicht genoemd; dit is een persoon die Nirvana
bereikt heeft, oftwel de bevrijding van de cyclus van ongecontroleerde
wedergeboorte.
Verlichtingsgeest: De wens om voor het welzijn van alle voelende wezens zelf boeddha te worden.
Verstorende
emoties: Misvattingen en de resulterende verstoorde
staten van de geest. Verwarde mentale staten die
de oorzaken zijn van problemen en lijden, en obstakels
vormen voor bevrijding (verlichting). Ze verstoren
onze geestelijke rust en zorgen dat we schadelijk handelen
voor onszelf en anderen. De belangrijkste verstorende emoties
zijn: begeerte of gehechtheid,
woede en onwetendheid. Andere voorbeelden zijn bijvoorbeeld
trots, twijfel, jaloezie en verkeerde zienswijzen.
Voelende wezens: Levende wezens
binnen de kringloop van de cyclus van ongecontroleerde wedergeboortes
(samsara) die een geest/bewustzijn/gevoel bezitten.
In het algemeen worden dieren tot voelende wezens gerekend,
maar planten niet.
| |
 |
| |
Maken van een
zandmandala
|
Wang: Tibetaans voor een volledige initiatie in tantra, of toestemming voor een specifieke beoefening binnen het vajdjrayana.
Wedergeboorte: Het geloof
in het boeddhisme dat de geest een voortgang van
bewustzijn is en sinds beginloze tijden verschillende vormen
(levens) aanneemt. Of we goede of slechte ervaringen meemaken
hangt af van ons karma
(acties) uit het verleden. Ongecontroleerde wedergeboorte
(samsara) kan volgens het boeddhisme alleen gestopt
worden door de directe realisatie van de ultieme waarheid
van de leegte.
Yidam:
Tibetaans voor meditatieboeddha. Dit is een boeddhavorm waar men in beoefeningen
van het Vajrayana
op mediteert.
Zandmandala:
Een zandmandala is een symbolische weergave in gekleurd
zand van een zuivere wereld zoals een Boeddha die ervaart, waarin
iedereen gelukkig is en geen lijden ondergaat. Zie
ook Tantra.
Zelfloosheid:
Belangrijk begrip in het boeddhisme dat het 'atman' (Sanskriet)
ofwel 'ziel' of 'zelf' uit het hindoeisme ontkent. Dit is de kern van de filosofie van de leegte of zelfloosheid .
Zuiveren,
zuivering: neutraliseren van de schadelijke lading
van mentale indrukken die zijn overgebleven na het verrichten
van schadelijke acitiviteiten (karma)
met lichaam, spraak of geest, die tot vervelende gevolgen
leiden.
|