Enthousiaste Volharding
Een commentaar op Shantideva's 'Beoefeningen van een
Bodhisattva' (Bodhicaryavatara)
Door Zijne Heiligheid
de veertiende Dalai Lama Tenzin Gyatso
Vertaling Tibetaans-Engels: Padmakara vertalingsgroep.
Vertaling Engels-Nederlands: Koosje van der Kolk
(Opmerking: de nummers in deze tekst refereren naar de
verzen van de Bodhicaryavatara)
Nadat
we de verlichtingsgeest hebben opgewekt en stappen
hebben ondernomen om te voorkomen dat die weer degenereert.
leren we de verlichtingsgeest voortdurend verder te ontwikkelen.
Dit is het onderwerp dat Shantideva in de volgende
drie hoofdstukken (4, 5 en 6) behandelt. Het eerste van deze
drie is enthousiaste volharding. Waarom is enthousiaste volharding
nodig? Bij de beschouwing van materiële vooruitgang ontdekken
we dat research. opgestart door de ene onderzoeker, altijd
kan worden voortgezet door een volgende onderzoeker. Met spirituele
vooruitgang is dit niet mogelijk. De realisaties waarover
we spreken in de Boeddha-Dharma moeten door
één en dezelfde persoon worden volbracht. Niemand
anders kan het voor ons doen. Natuurlijk zou het fantastisch
zijn als we in de toekomst realisaties zouden kunnen bereiken
dankzij een nieuw ontdekt vaccin of een nieuwe generatie computers,
zonder dat we moeilijkheden hoeven te overwinnen. Als we absoluut
zeker wisten dat er zo'n tijd zou komen, dan konden we rustig
achterover gaan liggen en afwachten tot de verlichting vanzelf
kwam. Maar ik betwijfel of dat ooit zal gebeuren. Het is beter
om zelf een inspanning te leveren. We zullen dus enthousiaste
volharding moeten ontwikkelen.
Vervolgens zal ik op basis van dit geduld enthousiaste volharding
beoefenen. Want het is door vurige ijver dat ik de verlichting
zal bereiken. Zonder wind beweegt er niets; noch is er verdienste
zonder enthousiaste volharding.
We kunnen op verschillende wijzen geduld beoefenen. Bijvoorbeeld
door niet slecht te denken over degenen die ons schade berokkenen;
of door lijden te accepteren als het pad. Van deze beide is
de laatste het belangrijkst bij het ontwikkelen van enthousiaste
volharding en het is enthousiaste volharding die het ons mogelijk
maakt de verlichting te bereiken. Zoals Shantideva zegt: "Het
is door vurige ijver dat ik de verlichting zal bereiken."
Net als een vlam kan branden zonder te flikkeren als we haar
beschermen tegen de wind, zo stelt enthousiaste volharding
de deugdzame geestesstaat ongestoord te groeien.
Wat is enthousiaste volharding? Het is vreugde
vinden in het doen van het goede. Om dat te kunnen is het
nodig dat we alles verwijderen wat het goede tegengaat, met
name luiheid. Luiheid heeft drie aspecten:
a. geen wens hebben het goede te doen
(onverschilligheid).
b. afgeleid worden door wereldse activiteiten.
c. onszelf onderwaarderen door te twijfelen aan onze capaciteiten.
Hieraan verwant zijn het overdreven veel plezier scheppen
in niets doen en slapen; en onverschillig staan tegenover
het feit dat het cyclische bestaan een staat van lijden
is.
4. Verstrikt in het vangnet van verstorende
emoties, gevangen en meegenomen door het gezwoeg der
geboorte, hoe zou ik niet weten dat ik neergedaald ben in
de muil van de dood?
We willen allemaal gelukkig zijn en het lijden
vermijden. Maar door onze verstorende emoties kent onze geest
geen moment vrede. Zodra deze emoties opkomen verstoren negatieve
gedachten onze geest en creëren een negatieve atmosfeer
om ons heen. Verder maken deze verstorende emoties
ons vatbaar voor toekomstig lijden als we in moeilijke omstandigheden
terechtkomen. Hoe kunnen we dan tolereren dat ze voortduren?
We weten dat we zullen sterven, maar we weten niet wanneer!
Vanaf dit moment moeten we enthousiaste volharding ontwikkelen.
7. De dood zal me snel overvallen en tot dat
moment moet ik verdiensten verzamelen. Wat zal me aan tijd
resten als ik wacht met het uitbannen van luiheid? Wat kan
ik dan nog doen? Als we tot ons stervensuur wachten voor we
besluiten ons in te spannen, is het te laat. Op dat moment
kunnen we wel veel pijn hebben, zowel fysiek als mentaal,
gekweld worden door angst voor het onbekende, door de herinnering
aan onze negatieve daden en door gehechtheid aan degenen die
ons dierbaar zijn.
8. "Dit heb ik nog niet gedaan. Daarmee
ben ik nog maar net begonnen. Dit heb ik nog maar half af..."
Dan komt plotseling de Heer van de Dood en oh, de gedachte
zal opkomen; "Helaas, het is afgelopen!"
9. Je gezicht zal nat zijn van de tranen.
Met rode, gezwollen ogen van bitter verdriet, zullen we in
de gezichten van onze hopeloze beminden staren, terwijl we
de gezanten van de Heer van de Dood zien.
14. Maak gebruik van dit schip van het menselijke
bestaan. Bevrijd jezelf van de machtige stroom van het lijden.
Dit voertuig zal later moeilijk opnieuw te vinden zijn. Het
is nu niet het juiste moment om te slapen, dwaas die je bent!
15. Je keert je af van de heilige Leer, de
verheven vreugde en onbegrensde bron van geluk. Wat schep
je voor vreugde in louter amusement, terwijl je daarmee afdwaalt
naar de oorzaken van je ellende?
En tijdens ons leven zullen deze kwaliteiten die we ontwikkelen
ons bijzonder goed van pas komen. De meeste mensen willen
niets horen over de dood, laat staan erover nadenken. Maar
we zullen niets te vrezen hebben als we onze geest hebben
getraind. Dan kunnen we de dood vol vertrouwen en met een
volledig positieve houding tegemoet zien. Dus we laten ons
- nu we dit kostbare mensenleven bezitten waarmee we zoveel
kunnen bereiken -niet overheerst worden door de luiheid van
het afkerig zijn van het doen van het heilzame.
In dit verband dienen we het principe van
wedergeboorte in beschouwing nemen. Het boeddhisme definieert
dit als de voortzetting van de geest van het ene leven naar
het volgende. Een toekomstig bewustzijn is afhankelijk van
een vorig bewustzijn waarvan het het vervolg is. Het kan niet
worden geproduceerd door iets anders dan bewustzijn. Bewustzijn,
en niets anders dan bewustzijn, moet de oorzaak zijn van toekomstig
bewustzijn. Het is noodzakelijk dat we hiertoe het verschil
begrijpen tussen grof en subtiel bewustzijn. In het algemeen
wordt bewustzijn geassocieerd met de hersenen en de chemische
processen daarin. Maar in mijn opinie wordt alleen het grove
bewustzijn bepaald door zulke factoren. Het is waar dat het
grove bewustzijn, wat in verband staat met de zintuiglijke
activiteiten van zien, horen en dergelijke, afhankelijk is
van het menselijk lichaam en de zintuigen. Wat we 'menselijk
bewustzijn' noemen is het grove bewustzijn, dat het menselijk
lichaam als basis heeft. Het bewustzijn van andere levensvormen,
bijvoorbeeld de dieren, is anders omdat hun hersenen anders
zijn. Het zou echter moeilijk zijn het bestaan van wedergeboorte
te bewijzen alleen op grond van het grove bewustzijn van de
zintuigen, die voor hun functioneren afhankelijk zijn van
de hersenen. Deze vormen van grover bewustzijn verschijnen
als zintuigen die zich ontwikkelen in de baarmoeder. Maar
het bewustzijn dat voortgaat van leven tot leven is een subtiel
bewustzijn -de capaciteit om te ervaren en gewaar te zijn,
de natuur van helderheid van de geest. Als er geen oorzaak
zou zijn voor dit subtiele bewustzijn (zoals het subtiele
bewustzijn van een vorig leven), dan zou het idee van wedergeboorte
moeilijk te verklaren zijn. Als we het geheugen - dat ons
in staat stelt onze ervaringen uit onze jeugd te herinneren
- hier even buiten beschouwing laten, dan zien we dat we allemaal
latente en onbewuste neigingen hebben, die onder bepaalde
omstandigheden opkomen en de reactie van onze geest bell1vloeden.
Zulke neigingen zijn het product van intense ervaringen uit
een recent of ver verleden, die veroorzaken dat we onbewust
reageren, zonder dat we ons die ervaringen noodzakelijkerwijs
herinneren. Het is moeilijk deze neigingen en de manier waarop
ze zich manifesteren te verklaren, tenzij we ervan uitgaan
dat het indrukken van vroegere ervaringen zijn op het subtiele
bewustzijn.
Als we uitgaan van de 'Big Bang' theorie om de oorsprong van
het universum te verklaren, dan zouden we als boeddhist moeten
zeggen dat de 'Big Bang' zelf een oorzaak moet hebben gehad.
Alles is het product van een eindeloze keten van oorzaken
en gevolgen, maar een eerste oorzaak voor dit alles kunnen
we eigenlijk niet vinden. Er is geen begin aan het bewustzijn,
aan de serie van onze wedergeboorten of aan de deeltjes die
het universum vormen. Het is simpelweg de natuur der dingen.
In deze context wordt een analyse gemaakt van de fenomenen
overeenkomstig de gevolgen die ze produceren of overeenkomstig
hun onderlinge afhankelijkheid. In termen van onderlinge afhankelijkheid
zeggen we dat als er een gevolg bestaat er een oorzaak moet
bestaan. Dit geldt voor zowel bewustzijn als voor deeltjes.
Als we twee chemische substanties met elkaar mengen, ontstaat
er een chemische reactie en wordt er een nieuwe substantie
geproduceerd. Op dezelfde manier zal een heet hoofd, die gedurende
lange tijd liefdevolle vriendelijkheid beoefent zijn karakter
langzaam zien veranderen. Misschien zal hij zijn neiging om
kwaad te worden niet volledig kwijtraken, maar hij zal er
minder aan onderhevig zijn. Deze transformatie van zijn karakter
vindt plaats door de onderlinge afhankelijkheid tussen twee
soorten bewustzijn: woede en liefde. Wat betreft een analyse
in termen van het geproduceerde gevolg, kunnen we spreken
over een chemische reactie als een verandering van entropie
(d.i. de mate van wanorde binnen een systeem, vert.). Hetzelfde
geldt voor de geest. Als we contempleren over de schadelijke
gevolgen van woede en de heilzame effecten van liefde. zullen
we een nieuw vertrouwen opbouwen in de kracht van liefde.
Onze aanleg om lief te hebben zal steeds sterker worden. Dit
is de natuur der dingen en het is belangrijk dit in te zien.
Ik weet niet of dit boeddhistische idee van de natuur iedereen
zal bevredigen, maar het beantwoordt in ieder geval vele vragen.
Om op het onderwerp van enthousiaste volharding
terug te komen - als we onze 'luiheid van afkeer hebben om
het goede te doen' kwijt willen raken, moeten we overdenken
hoe kort dit menselijk leven is. Het Sanskriet woord voor
luiheid ALASYA betekent: 'geen gebruik maken van'.
Iedere positieve daad die we verrichten zal ons nu en in de
toekomst ten goede komen.
Als we ons aan de andere kant laten beïnvloeden door
verstorende emoties zal dat ons in dit en in toekomstige levens
ruïneren. Dus we moeten ook voorkomen dat we ons leven
verspillen met de tweede soort luiheid: afgeleid worden door
negatieve activiteiten.
16. Wees niet te neer geslagen, maar kanaliseer
al je krachten. Vat moed en wees je eigen meester. Beoefen
het gelijkschakelen van jezelf aan anderen. Beoefen het verwisselen
van jezelf met anderen.
De derde soort luiheid ontstaat door het
onderwaarderen van onszelf en het denken dat we nooit in staat
zullen zijn de verlichting te bereiken. Maar het is niet nodig
om op deze manier ontmoedigd te raken. We hebben allemaal
het potentieel om Boeddha te worden. Hoewel de uiteindelijke
natuur van de geest niet tastbaar is, is die aanwezig in ieder
van ons, ook al is die verduisterd. Hierdoor kan zelfs het
kleinste insect de verlichting bereiken als het zich ervoor
inspant.
17. "Oh, maar hoe zou ik ooit de verlichting
kunnen bereiken?" Deprimeer jezelf niet met zulke gedachten.
Want de Boeddha's, die altijd de waarheid spreken, hebben
gezegd en hebben waarlijk verklaard,
18. Dat zelfs bijen en vliegen en stekende
muggen en maden de verlichting, die zo moeilijk te vinden
is, met gemak kunnen bereiken als ze de kracht van enthousiaste
volharding opwekken.
19. Waarom zou ik, die qua geboorte en ras
tot de menselijke soort behoor, en in staat ben het goede
van het kwade te onderscheiden, dan niet in staat zijn het
boeddhaschap te bereiken, als ik mezelf geef in de beoefeningen
van een bod - hisattva?
We moeten ons er ook geen zorgen over maken of we wel in staat
zullen zijn ooit zulke moeilijke beoefeningen van een bodhisattva
te volbrengen als het weggeven van ons eigen lichaam, bezit
en al onze verdiensten. Als beginners zijn we hier misschien
nog niet klaar voor. Daarom moeten we eenvoudig beginnen en
alleen de wens opwek - ken deze dingen te kunnen geven en
ze dan mentaal weggeven, waarbij we het pad van methode en
wijsheid gebruiken. Als onze beoefening krachtiger wordt,
zullen we een punt bereiken waarop we weten dat het correct
is om ons lichaam weg te geven en zullen we feitelijk in staat
zijn dat te doen, zonder enig fysiek of mentaal lijden.
28. Dankzij hun verdiensten genieten ze lichamelijk
comfort en dankzij hun wijsheid ervaren ze vreugde in hun
geest.
Waarom zouden degenen die mededogen hebben ooit verdriet hebben,
ook al blijven ze voor het welzijn van alle wezens in het
cyclische bestaan?
30. Wie kan schrijlings op het paard van
de verlichtingsgeest, die alle sombere vermoeidheid
verjaagt en met een geest die van vreugde naar vreugde gaat,
ooit tot ontmoediging vervallen?
In de tekst 'Het
Juwelen Kralensnoer' wordt gezegd, dat het om het boeddhaschap
te bereiken nodig is eindeloos veel verdiensten te verzamelen
gedurende eindeloos veel eonen. We laten ons daar niet door
ontmoedigen door te denken: "Hoe kan ik ooit zoveel verdiensten
verzamelen?" Laat ons in plaats daarvan de wens ontwikkelen
om de eindeloos vele wezens te leiden naar de eindeloos goede
kwaliteiten van het boeddhaschap door eindeloos veel beoefeningen
van een bodhisattva uit te voeren gedurende een eindeloos
lange tijd. Als we ook maar één moment zo'n
intentie hebben, met deze vier karakteristieken van eindeloosheid,
kunnen we heel gemakkelijk verdiensten verzamelen. Dus we
laten ons niet beïnvloeden door de luiheid van het minderwaardigheidsgevoel.
31. De krachten die het welzijn van de wezens veilig stellen
zijn: aspiratie, vastberadenheid, vreugde en rust. Aspiratie,
groeit door te contempleren over het lijden en na te denken
over de voordelen dat dit brengt. Om enthousiaste volharding
te ontwikkelen hebben we vier steunen nodig: aspiratie. vastberadenheid.
vreugde en rust. Aspiratie wordt ontwikkeld door na te denken
over karma. oorzaak en gevolg. Zoals u weet komen uit positieve
activiteiten positieve resultaten voort en uit negatieve activiteiten
negatieve resultaten. Om de staat van Boeddha te bereiken.
die vrij is van alle fouten en alle goede kwaliteiten bezit.
zal het nodig zijn om eindeloos veel verdiensten te verzamelen
en eindeloos veel verduisteringen te zuiveren over een tijdbestek
van vele eonen. Denk er eens over na hoe weinig we in dit
korte leven geneigd zijn om positieve daden te volbrengen
en verduisteringen te zuiveren. We zouden onszelf aan moeten
sporen ons hiervoor in te spannen.
42. Als mijn daden goed zijn en de bedoeling
van mijn geest weerspiegelen. zal ik overal waar ik ga gerespecteerd
en geëerd worden als de vruchten en beloningen van mijn
verdiensten.
43. Maar als ik in plaats daarvan. in mijn
verlangen naar geluk. alleen maar slechte daden verricht.
zullen overal waar ik ga. de messen van ellende mij neersteken.
als het loon en de beloning van mijn negativiteit.
44. Met glorie gevoed door de zoete woorden
van de Overwinnaar zal ik een verheven geboorte hebben in
het koele hart van een geurige lotus die haar bloembladen
openvouwt in het licht van de Boeddha en daar zal ik leven
als erfgenaam van de Boeddha, in de aanwezigheid van de Overwinnaars.
In de Soetra van het Vadjra Vaandel wordt over vastberadenheid
of zelfvertrouwen gesproken met de volgende woorden: "Als
de zon opkomt schijnt die over de hele wereld, ongeacht de
blindheid der mensen of de schaduwen der bergen. Op dezelfde
manier verschijnt de bodhisattva ten behoeve van anderen en
brengt hij de wezens naar de bevrijding, ongeacht hun verduisteringen."
Shantideva gaat verder met dit advies:
47. Voor ik besluit om wel of niet aan een
taak te beginnen moet ik eerst mijn mogelijkheden onderzoeken.
Het is beter niet te starten dan halverwege te stoppen. Maar
ben ik eenmaal begonnen dan is het beter om niet meer af te
haken! Voordat we iets ondernemen moeten we onszelf altijd
afvragen of we in staat zullen zijn het goed te doen en het
af te maken. Is het antwoord nee, dan kunnen we er beter niet
aan beginnen. Als we taken onafgemaakt laten liggen creëren
we daarmee een gewoonte voor de toekomst. Zijn we eenmaal
aan iets begonnen. dan moeten we er zeker van zijn dat we
later niet op ons besluit terug zullen komen. We moeten zelfvertrouwen
niet met trots verwarren. Trots is het hoogmoedig denken over
jezelf zonder goede redenen. Zelfvertrouwen is het weten dat
we de capaciteit hebben om iets goed te doen en vastbesloten
zijn niet op te geven. Gewone wezens zijn bereid vele inspanningen
te leveren voor relatief onbelangrijke doelen. Wij hebben
beloofd aan het veel belangrijker doel te werken om alle wezens
te bevrijden, dus moeten we een krachtig zelfvertrouwen ontwikkelen
door te denken: "Ik zal werken voor het welzijn van alle
wezens. zelfs als ik de enige ben die dat doet!"
50. Verzwakt als ze zijn door de verstorende
emoties in hun geest zijn wereldse wezens; hulpeloos in het
veilig stellen van hun eigen geluk. Vergeleken met hen die
dwalen, ben ik daartoe wel in staat. Daar om zal dit mijn
taak zijn.
52. Als ze een stervende slang vinden, gedragen
zelfs de kraaien zich als zwevende arenden. Als ik net zo
zwak en krachteloos ben, zullen zelfs kleinere fouten me raken
en verwonden.
53. Hoe kunnen zij. die laf het strijdveld
verlaten zichzelf ooit bevrijden van zulk een wankelmoedigheid?
Degenen die vol zelfvertrouwen standhouden en volharden, zijn
zelfs voor de sterksten moeilijk te overwinnen. Ons krachtige
besluit moet echter geen gewone trots inhouden, want dat is
een negatieve emotie. We moeten daarentegen vol zelfvertrouwen
tegen onze verstorende emoties opstaan, vastbesloten dat we
niet onder hun invloed zullen komen.
55. Ik zal de overwinnaar zijn over hen allemaal.
Geen van hen zal het van me winnen! De leeuwen nakomelingen
van de Overwinnaar dienen voortdurend dit trotse zelfvertrouwen
te hebben. Dit is het soort van trots dat we nodig hebben,
het zelfvertrouwen dat geen overheersing duldt van de verstorende
emoties en er alles aan doet om ze te vernietigen. Het heldendom
van de bodhisattva zit hem in het gebruik van de kracht van
zelfvertrouwen om verstorende emoties te lijf te gaan en trots
te overwinnen. Mensen zonder zulk een zelfverzekerdheid laten
zichzelf bij de minste provocatie vollopen met trots en andere
emoties. Daar is niets heldhaftigs aan. We mogen ons nooit
laten beïnvloeden door deze verstorende emoties. zelfs
al kost. het ons het leven.
61. Wanneer een reusachtig gevaar dreigt,
zullen de mensen altijd als eerste hun ogen beschermen. Net
zo zal ik mij, zelfs in tijden van crisis, nooit laten meeslepen
door verstorende emoties. Wat betreft de kracht van vreugde,
als we eenmaal de verlichtingsgeest hebben opgewekt, dienen
we de beoefeningen van een bodhisattva te ondernemen met vreugde
en opgewektheid. Naarmate we meer trainen zou ons verlangen
nog meer vooruitgang te boeken groter moeten worden.
65. Als ik nooit genoeg krijg van de objecten
van mijn verlangens, die als zoete honing op de rand van een
scheermes zijn, hoe kan ik dan ooit denken dat ik voldoende
verdiensten heb, die zullen rijpen als mijn geluk en vrede?
66. Net zoals een olifant. die gekweld door
de hitte van de middagzon in het koele meer duikt, zo moet
ik in dit werk duiken, opdat ik het tot een goed einde kan
brengen.
We hebben leven na leven gezocht aar geluk en toch hebben
we alleen maar moeilijkheden ondervonden, omdat we altijd
gedomineerd werden door verstorende motes. Wedergeboren als
mensen, vogels. herten. insecten en dergelijke hebben we nooit
blijvend geluk gekend. Niets is vergebleven van alle inspanning
en die we hebben verricht om geluk te vinden en lijden te
vermijden. Nu we het bodhisattvapad hebben ingeslagen dienen
we het vreugdevol beoefenen en niet ontmoedigd raken door
de paar moeilijkheden. die noodzakelijkerwijs ontstaan aan
het begin van het pad. Onze inspanningen zullen zeker vruchten
dragen.
Als we fysiek en mentaal uitgeput raken en
niet meer in staat zijn verder te gaan, hoe we ons ook inspannen,
moeten we rusten. Dat verkomt ons allemaal wel eens van tijd
tot tijd. Op zulke momenten moeten we onszelf niet forceren,
maar stoppen en uitrusten. zodat we op een later tijdstip
datgene waar we mee bezig waren goed en volledig af kunnen
maken.
Als we onszelf hebben bevrijd van luiheid
en een gevoel van enthousiaste volharding hebben opgewekt
door onze aspiratie, vastberadenheid, vreugde en rust, moeten
we enthousiaste volharding beoefenen door het toepassen van
herinnering en oplettendheid. Zowel tijdens als buiten onze
meditatie zittingen moeten we onze geest altijd gericht houden
op positieve activiteiten. Want ook al zijn we in staat om
gedurende een korte periode op een goede manier op de verlichtingsgeest
te mediteren, als we er niet voor zorgen dat we voortdurend
herinnering en oplettendheid toepassen, lopen we het gevaar
fouten te maken en onze geloften te overtreden.
Het is belangrijk een compleet overzicht
te hebben van de verschillende aspecten van het pad, al kunnen
we ons per keer concentreren op een specifiek aspect. Meditatie
en studie moeten hand in hand gaan zonder dat we één
van beide verwaarlozen. Als we onze twijfels op intellectueel
niveau hebben opgeheven, moeten we ons inzicht integreren
in de ervaring van meditatie. Op deze manier zal onze beoefening
in balans blijven en volledig zijn. Dus laat ons met herinnering
en oplettendheid steeds paraat zijn om de aanvallen van onze
verstorende emoties af te slaan en zo een einde maken aan onze
vijanden en niet tot verkeerde activiteiten te komen.
69. Als de soldaat in de strijd zijn zwaard
laat vallen, zal hij het vol angst snel weer oppakken. Wees
wanneer het wapen van herinnering is verloren. net zo snel
het terug te krijgen, uit angst voor de hel. Dit zijn de gevaren
van teveel ontspanning en het verliezen van herinnering.
70. Net zoals vergif wat de bloedbaan binnenstroomt
het hele lichaam vult zo zal het kwade als het de kans krijgt,
zich door heel de geest verspreiden. Shantideva vervolgt over
hoe men feitelijk herinnering en oplettendheid dient te beoefenen.
71. Als een angstige man met in zijn hand een tot aan de rand,
toe gevulde oliekan die wordt bedreigd door een zwaardvechter
die zegt: "Als je één druppel verspilt
ga je eraan". Zo gedisciplineerd dien ik mij te gedragen.
73. ledere keer als ik fouten maak, zal ik
mezelf terechtwijzen en bekritiseren. Ik zal er lang over
nadenken hoe ik ervoor kan zorgen dat zulke fouten in de toekomst
niet meer zullen plaatsvinden.
74. Dus ten alle tijden, in iedere situatie
zal ik mij gewennen aan herinnering. Met deze (motivatie als)
oorzaak zal ik ernaar streven (spirituele leraren) te ontmoeten
en volgens hun instructies te handelen. Als we eenmaal in
staat zijn herinnering en oplettendheid te beoefenen bij alles
wat we doen, zullen we nooit meer moe of ontmoedigd raken.
We zullen altijd bereid zijn om door te gaan.
76. Zoals een katoenpluisje in de boom door
de wind heen en weer wordt bewogen, zo zal alles wat ik onderneem
snel worden volbracht doordat het wordt voortgestuwd door
mijn vreugde. In het begin is spirituele beoefening moeilijk.
Je vraagt je af hoe je het in vredesnaam ooit zal redden.
Maar als je eraan gewend raakt wordt de beoefening geleidelijk
aan gemakkelijker. Wees niet te onbuigzaam en dwing jezelf
niet te veel. Als je overeenkomstig je individuele capaciteiten
oefent, zul je er geleidelijk steeds meer vreugde en plezier
in vinden. En wanneer je aan innerlijke kracht wint, zullen
je positieve activiteiten winnen aan diepgang en visie.
|