Lamp voor het pad naar verlichting
| |
 |
| |
Lama Atisha Dipamkara
|
door Lama Atisha Dipamkara (982-1054 CE)
In het Sanskriet: Bodhipathapradipam, In het Tibetaans:
J'ang-ch'ub lamgy'i drun'ma
Hulde aan de bodhisattva Manjushri, de
eeuwig jeugdige
(1) Na vol respect te hebben neergebogen
voor alle boeddha's van de drie tijden,
hun Dharma-onderricht en de sangha-gemeenschap,
zal ik een lamp voor het pad naar verlichting ontsteken,
omdat de uitstekende discipel Changchub Ö mij dat heeft
gevraagd.
(2) Er zijn mensen met drie verschillende niveau's van motivatie,
namelijk de beginnende, de tussenliggende en de hoogste motivatie.
Elk van deze drie heeft bepaalde eigenschappen
en ik zal uitleggen waarin ze van elkaar verschillen.
(3) Een ieder die enkel streeft naar de genoegens van het
cyclisch bestaan
en zich alleen om zichzelf bekommert,
wordt een persoon met een beginnend niveau van motivatie genoemd.
(4) Ieder die zich van wereldse genoegens en van negatieve
activiteiten heeft afgewend
en die alleen maar naar vrede voor zichzelf streeft,
is iemand met een tussenliggend niveau van motivatie.
(5) Iemand die met heel zijn hart al het lijden van anderen
wenst op te heffen
omdat hun lijden deel uitmaakt van zijn eigen bewustzijnsstroom,
is iemand met het hoogste niveau van motivatie.
(6) Voor de zuivere wezens,
die de wens ontwikkeld hebben om de allerhoogste verlichting
te bereiken,
zal ik de perfecte methode uitleggen die is onderwezen door
de geestelijke leraren.
(7) Terwijl men met het gezicht naar een schildering van
de verlichte Boeddha zit
of voor heilige voorwerpen als een Dharma-tekst of een stoepa,
betuigt men eerst eerbied met bloemen, wierook of wat er ook
maar voorhanden is.
(8) Dan neemt men driemaal toevlucht door middel van het
Zevendelig Gebed,
zoals dat staat beschreven in de "Daden van Samantabhadra".
Dit doet men met een geest, die niet terugkeert totdat de
hoogste verlichting is bereikt,
(9) en met groot geloof in de Drie Juwelen,
terwijl men op de grond knielt en de handpalmen tegen elkaar
legt.
(10) Kijk met een liefdevolle houding naar alle wezens die
lijden door dood,
tussenfase en wedergeboorte in de drie onfortuinlijke bestaanswerelden.
(11) Als men de wereld wil bevrijden van de oorzaken van
lijden,
dan moet men de verlichte bodhicitta-motivatie opwekken
en beloven dat men hierop nooit zal terugkomen.
(12) De voordelen van het opwekken van zulke verheven gedachten
zijn grondig uiteengezet door Maitreya
in de Versierde Boomstam Soetra (Sanskriet: Gandavyaha Soetra).
(13) Wanneer we ons door deze soetra gelezen te hebben
of naar een leraar te hebben geluisterd bewust zijn geworden
van de grenzeloze voordelen van de volledig verlichte motivatie
van bodhicitta,
dan moeten we deze geesteshouding steeds weer opwekken,
opdat dit leidt tot een blijvende houding.
(14) De verdiensten hiervan worden prachtig beschreven in
de "Soetra verzocht door Saradatta".
Drie verzen uit deze soetra geven de essentie perfect weer:
(15) "Als de verdiensten van bodhicitta vorm zouden
hebben,
dan zouden ze de sfeer van ruimte volledig vullen en deze
zelfs overschrijden."
(16) "Hoewel iemand misschien alle boeddhavelden kan
vullen
met evenveel juwelen als er zandkorrels in de Ganges zijn,
en deze aan de Beschermer van de Wereld aanbiedt,"
(17) "toch zal het offer van degene die eenvoudig zijn
handpalmen tegen elkaar legt
en zijn geest op bodhicitta richt veel indrukwekkender zijn,
want het heeft geen einde."
(18) Nadat men het wensende stadium van bodhicitta heeft
opgewekt,
dient men dit met veel energie voortdurend te vergroten.
Bovendien dient men de raadgevingen, zoals uitgelegd in de
tekst, te behoeden,
opdat men zich deze in volgende levens kan herinneren.
(19) Tenzij men de geloften houdt,
die de essentie van het praktische stadium van bodhicitta
zijn,
zal het zuivere verlangen naar volledige verlichting nooit
toenemen.
Als men dit verlangen wil versterken,
zal men daartoe zeker deze geloften krachtig op zich moeten
nemen.
(20) Zij, die te allen tijde hun andere geloften
(n.l. één van de zeven klassen voor individuele
bevrijding: pratimoksa)
houden, zijn geschikt om bodhicitta te ontwikkelen; er is
geen andere weg.
(21) Met betrekking tot de zeven klassen van de pratimoksa-geloften
voor individuele bevrijding, heeft Boeddha verklaard dat de
klasse van celibatairen nobel is,
waarmee hij bedoelt dat de geloften van een volledig ingewijde
monnik het allerhoogste zijn.
(22) De bodhisattva-geloften dienen te worden afgelegd
ten overstaan van een volledig gekwalificeerde leraar,
zoals uiteengezet in het hoofdstuk over morele discipline
van de bodhisattva-stadia.
(23) Een volledig gekwalificeerde leraar is iemand
die in de ceremonie van het afnemen van de geloften is ingewijd,
die de kracht bezit de geloften af te nemen,
deze geloften zelf houdt en mededogen heeft.
(24) Mocht men er ondanks vele inspanningen niet in slagen
zo'n leraar te vinden,
dan is er een andere plechtigheid om de geloften te nemen.
Deze zal ik uitleggen.
(25) Toen Manjushri in een vorig leven koning Ambaraja was,
wekte hij bij zichzelf de verlichtingsgeest op.
De manier waarop hij de geloften nam staat beschreven in de
"Soetra van Manjushri's Versierde Boeddhaveld" en
ik zal het hier uitleggen:
(26) "In aanwezigheid van de Beschermers
wek ik de volledig verlichte motivatie of bodhicitta op.
Ik nodig alle voelende wezens uit als mijn gast en zal hen
bevrijden van het cyclisch bestaan."
(27) "Ik zal vanaf nu totdat ik de zuivere verlichting
heb bereikt,
nooit meer handelen met kwalijke bedoelingen en nooit meer
boos, gierig of jaloers zijn."
(28) "Ik zal celibatair leven en afzien van zonde en
begeerte.
Door vreugde te vinden in morele zelfdiscipline zal ik mijzelf
voortdurend trainen,
net zoals de boeddha's dat gedaan hebben."
(29) "Ik zal geen genoegen scheppen in het snel bereiken
van de verlichting voor mijzelf alleen.
Ik zal tot het einde der tijden blijven
als ik daarmee één enkel levend wezen zou kunnen
helpen."
(30) "Ik zal de ontelbare, onvoorstelbare bestaanswerelden
in het universum zuiveren
en doordat mijn naam bekend is, zal ik in de tien richtingen
blijven voortleven."
(31) "Ik zal alle handelingen van lichaam, spraak en
geest volledig zuiveren
en geen enkele schadelijke handeling meer verrichten."
(32) Als we onszelf goed trainen in de drie vormen van morele
zelfdiscipline
door de geloften na te leven die de essentie zijn van het
beoefenen van bodhicitta
en welke de oorzaak zijn voor het volledig zuiveren van lichaam,
spraak en geest,
dan zal onze waardering voor de drie vormen van morele zelfdiscipline
toenemen.
(33) Als we ons dus houden aan de drie vormen van morele
zelfdiscipline,
die deel uitmaken van de bodhicitta-geloften,
zullen we dat wat nodig is om de volledige staat van verlichting
te bereiken, perfectioneren.
(34) Alle boeddha's waren van oordeel dat de aard van wat
nodig is
om het boeddhaschap te bereiken, verdienste en inzicht is.
Het perfectioneren hiervan ligt vooral in het ontwikkelen
van buitenzintuiglijke vermogens.
(35) Zoals een vogel zonder veren niet kan vliegen,
zo kan iemand zonder de kracht van buitenzintuiglijke vermogens
niet voor het welzijn van anderen werken.
(36) De verdiensten, die iemand met buitenzintuiglijke vermogens
in één dag verzamelt,
zijn groter dan iemand zonder deze vermogens in honderd levens
kan verzamelen.
(37) Degene die de verdiensten en het inzicht om de volledige
verlichting te bereiken,
snel wil bereiken,
moet zich buitengewoon inspannen om die buitenzintuigelijke
vermogens te verkrijgen,
want deze krijgt men niet door lui te zijn.
(38) Zolang men geen geestelijke rust heeft bereikt,
zal men niet buitenzintuiglijk kunnen waarnemen.
Daarom moet men zich steeds opnieuw inspannen om die geestelijke
rust te bereiken.
(39) Wanneer volledige geestelijke rust niet aanwezig is,
dan zal men,
ook al mediteert men met buitengewone inspanning wellicht
duizenden jaren lang,
de eenpuntige concentratie niet bereiken.
(40) Hoe men geestelijke rust kan vinden staat beschreven
in het "Hoofdstuk over eenpuntige concentratie".
Als men die geestelijke rust heeft bereikt, kan men de geest
fixeren op elk gewenst object.
(41) Wanneer men de geestelijke rust heeft bereikt
zal men ook buitenzintuiglijke vermogens ontwikkelen.
Maar de verduistering wordt pas overwonnen
als men de perfectie van wijsheid heeft verkregen.
(42) Om alle verduistering van kennis op te heffen,
moet men voortdurend de perfecties van methode en wijsheid
samen beoefenen.
(43) De geschriften zeggen dat de mens gebonden is
als hij wijsheid loskoppelt van methode of methode loskoppelt
van wijsheid.
Daarom moet men de eenheid van wijsheid en methode niet verwaarlozen.
(44) Om alle twijfels omtrent wat wijsheid en wat methode
is uit de weg te ruimen,
zal ik het verschil tussen beide perfecties duidelijk maken.
(45) De zegenrijke boeddha's hebben verklaard dat de methode
bestaat uit
het beoefenen van de perfecties, te beginnen met de perfectie
van vrijgevigheid
tot aan en met uitsluiting van de perfectie van wijsheid.
(46) Degene die het beheersen van de methode combineert met
wijsheid
zal gauw de verlichting bereiken, maar niet door slechts de
zelfloosheid te beoefenen.
(47) "Inzicht" wordt uitgelegd als het begrijpen
van de leegheid van inherent bestaan,
waarbij men beseft dat de aggregaten, sferen en bronnen ontstaan
missen.
(48) Iets dat inherent bestaat kan niet inherent ontstaan.
Het inherent ontstaan van iets dat niet inherent bestaat is
even onmogelijk.
Iets dat inherent bestaat en tegelijk inherent niet bestaat
is een absolute drogreden,
dus ze ontstaan nooit samen.
(49) Omdat iets wat bestaat niet uit zichzelf ontstaat en
niet uit iets anders of zelfs uit beide, maar toch een oorzaak
heeft, heeft het geen inherent bestaan.
(50) Bovendien, als men alle verschijnselen analyseert als
één of als vele,
dan ontdekt men geen inherent bestaan.
Derhalve kan men er zeker van zijn dat inherent bestaan niet
bestaat.
(51) De argumentatie in de "Zeventig Soetra's over Leegte"
en in teksten als de "Basistekst over de Middenweg"
bewijzen dat alle verschijnselen leeg zijn van inherent bestaan.
(52) Omdat mijn tekst anders te lang zou worden, zal ik hier
niet verder over uitwijden,
maar ik zal alleen bewezen leerstellingen verklaren om verder
op te mediteren.
(53) Het niet waarnemen van inherent bestaan van elk willekeurig
verschijnsel
is mediteren op leegte, hetgeen hetzelfde is als mediteren
met inzicht.
(54) Dit inzicht waarmee men ziet dat niets inherent bestaat,
is het inzicht dat wijsheid wordt genoemd.
Beoefen dit zonder gedachten over het bestaan van inherent
bestaan.
(55) Het wereldlijk bestaan ontstaat uit gedachten over het
bestaan van inherent bestaan. Het volledig verwijderen van
deze gedachten
is de Hoogste Staat van Nirvana Voorbij het Lijden.
(56) Bovendien heeft de Gezegende verklaard:
"Denken dat de dingen inherent bestaan is een grote onwetendheid
die ons in de oceaan van het cyclisch bestaan werpt.
Maar hij die mediteert zonder zulke gedachten, zal een glasheldere
geest hebben."
(57) Ook zegt hij in de "Dharani Formule over het niet
ontwikkelen van gedachten
over het bestaan van inherent bestaan":
"Als een zoon van de Gezegende mediteert op deze heilige
Dharma-beoefening
zonder gedachten over het bestaan van inherent bestaan, dan
zal hij geleidelijk de staat, waarin zulke gedachten werkelijk
niet bestaan, bereiken."
(58) Wanneer men door de geschriften en argumentaties is
doorgedrongen
tot het niet-inherente ontstaan van alle verschijnselen,
dan mediteert men zonder gedachten over inherent bestaan.
(59) Wanneer men zo heeft gemediteerd
en geleidelijk het stadium van de Warmte enzovoorts heeft
bereikt,
dan zal men het stadium van het Buitengewoon Vreugdevolle
verkrijgen enzovoorts:
de verlichte staat van het boeddhaschap is dan niet ver meer.
(60) Er wordt beweerd dat men de beoefeningen om de verlichting
te bereiken
makkelijk kan voltooien door middel van rituelen als "Kalmering",
"Voorspoed", enzovoorts,
die worden verkregen door de kracht van mantra,
maar ook door de kracht van de Acht Grote Krachten,
te beginnen met die van de Goede Vaas en andere.
(61) Als men mantra's wil beoefenen zoals voorgeschreven
in Kriya,
Carya en andere klassen van tantra,
(62) dan moet men, teneinde de (Vajra) meester-initiatie
te verkrijgen,
eerst een heilige lama behagen door hem te dienen,
kostbaarheden te geven en zijn woord te gehoorzamen.
(63) En als men de (Vajra) meester-initiatie heeft ontvangen
van de lama die men naar behoren heeft gediend,
dan wordt men gezuiverd van alle karmische schulden
en wordt men geschikt om de Krachten te beoefenen.
(64) De Geheime en Wijsheidsinitiaties mogen niet worden
ontvangen
door hen die celibatair zijn, want dit wordt strikt verboden
in de "Grote Tantra van de Oorspronkelijke Boeddha's".
(65) Als men deze initiaties zou ontvangen
terwijl men leeft volgens de ascetische regels van het celibaat,
dan zou dit de ascetische gelofte breken omdat men iets zou
doen wat is verboden.
(66) Men zou zich dan schuldig maken aan overtredingen.
Dan zou men in onfortuinlijke bestaanswerelden terechtkomen,
waardoor men er niet in kan slagen mantra's te beoefenen.
(67) Heeft men de (Vajra) meester-initiatie ontvangen,
dan mag men luisteren naar alle tantra-onderricht en dit verklaren;
bovendien mag men vuur- en offerpuja's en dergelijke verrichten.
(68) Ik, de Oudere, Sri Dipamkara, heb dit onderricht gezien
in teksten zoals de soetra's;
en op verzoek van Changchub Ö heb ik deze korte uitleg,
Lamp voor het Pad naar de Verlichting genaamd, samengesteld.
|