|
Tradities en scholen binnen het boeddhisme
Inhoud:
Een stukje geschiedenis
Over de vele eeuwen zijn er veel tradities
binnen het boeddhisme ontstaan want er heeft nooit een centrale
boeddhistische 'kerk' bestaan Al deze tradities vatten
op hun eigen manier de leer van de Boeddha samen. De Boeddha
gaf tijdens zijn leven niet alleen veel onderricht, maar ook
diverse soorten onderricht omdat mensen verschillende aanleg,
neigingen en interessen hebben, zodat iedereen iets kan vinden
dat past bij zijn geestesniveau en persoonlijkheid.
De vorm van het boeddhisme zoals het allereerst
voor het grotere publiek bekend werd, is pas vele jaren na
het leven van de Boeddha neergeschreven. De oudste geschriften
zijn vooral neergeschreven in de Pali taal in Sri Lanka. De
meest verspreidde traditie die deze Pali geschriften als grondslag
neemt is de Theravada traditie, die tot op
de dag van vandaag vooral te vinden is in in Sri Lanka, Thailand
en Birma.
Rond de eerst eeuw n.Chr. verscheen de Mahayana
traditie in India, die tegenwoordig vooral in landen als China,
Japan, Tibet, Korea en Vietnam beoefend wordt. Binnen het
Mahayana ontstonden meerdere scholen en sub-scholen, zoals
Zen en Zuiver Land (vooral in landen als China, Japan, Korea,
Vietnam). Als onderscheid werd toen de andere traditie het
Hinayana genoemd (deze term wordt echter soms als denigrerend
beschouwd, dus gebruiken we liever Theravada).
Rond de zesde eeuw n. Chr. verschenen Vadjrayana (of tantrische) leringen binnen het boeddhisme, die na het verdwijnen van
het boeddhisme uit India rond de 14de eeuw vooral in Tibet
bewaard is gebleven. Er zijn ook elementen van het tantrische
boeddhisme in China en de Japanse Shingon traditie te vinden.
Verschillen tussen Theravada
en Mahayana
Het belangrijkste verschil tussen de Theravada
(Hinayana) en de Mahayana tradities is de motivatie, of het
einddoel dat men zich stelt voor het spirituele pad.
In de Theravada traditie probeert men vooral om zelf de bevrijding
(Nirvana) te bereiken van het cyclische bestaan dat
altijd met problemen en lijden gepaard gaat (samsara).
Iemand die dit bereikt heeft wordt een Arhat
genoemd.
Ofschoon in de Theravada-beoefening liefde en mededogen essentiële
factoren zijn, worden ze in de Mahayana traditie zelfs nog
meer benadrukt. In het Mahayana ligt het einddoel van de beoefening
hoger, want dit is gericht om alle voelende
wezens te verlossen van het cyclische bestaan. Om dit te kunnen
doen, dient men ook zelf eerst de allerhoogste staat van boeddhaschap
te bereiken, want alleen een Boeddha is alwetend, en kan dus
op optimale wijze anderen helpen. Deze laatste motivatie wordt
bodhicitta genoemd. Iemand die gevorderd is in dit
streven naar het boeddhaschap wordt een Bodhisattva
genoemd, en kan gezien worden als een soort heilige binnen
het boeddhisme die een altruïstische levenshouding heeft.
De Theravada traditite baseert zich vooral
op geschriften die oorspronkelijk in het Pali zijn neergeschreven,
en de Mahayana geschriften zijn oorspronkelijk vooral in het
Sanskriet geschreven. Het Theravada onderricht vormt in
feite de basis voor het Mahayana onderricht, zodat het Mahayana
gezien kan worden als een uitbreiding van de leer. Volgens
de Mahayana zelf, is deze leer al door de historische Boeddha
onderwezen, maar is veel later neergeschreven en toegankelijk
gemaakt voor het grotere publiek.
Volgens de Mahayana scholen dienen enkele leringen van de Boeddha zoals bewaard in de Theravada traditie geinterpreteerd te worden, en niet letterlijk opgevat te worden, waardoor er hier en daar aanzienlijke verschillen ontstaan in filosofie en beoefening.
Vadjrayana,
Tantra of Mantrayana
De filosofische leringen van het Vadjrayana
verschillen weinig van de algemene Mahayana leerstellingen,
maar het belangrijkste onderscheid is in de methode van beoefening
(zie ook de pagina over tantra).
Na het verschijnen van het Vadjrayana enkele eeuwen na Chr., werden in India deze drie verschillende
stromingen vaak naast elkaar beoefend, afhankelijk van de voorkeur
van de persoon. Zo waren er in de beroemde kloosteruniversiteit
van Nalanda in noord India monniken naast elkaar aanwezig
die deze drie tradities volgden. Het Vajrayana valt vooral op door de uitbundig gebruikte symboliek en uitgebreide rituelen, die ter ondersteuning dienen van de complexe meditatietechnieken.
Tibetaans boeddhisme
Het boeddhisme werd rond de 8e eeuw echt
geïntroduceerd in Tibet door de Indiase meester Padmasambhava.
In deze tijd bestonden het Theravada, Mahayana en het Vadjrayana
naast elkaar in India, maar vooral de Vadjrayana traditie
werd populair in Tibet. In feite bevat het Tibetaans boeddhisme de essentie van all drie de 'yanas'; qua filosofie wordt de Mahayana traditie gevolgd, die op zijn beurt gebaseerd is op de Theravada traditie, maar bij de beoefeningen ligt vooral de nadruk op meditatietechnieken uit het Vadjrayana.
Na een korte periode van vervolging
van het boeddhisme, bloeide het weer op in Tibet, en er ontstonden
er naast de traditionele Nyingma traditie, van de
11e tot de 14e eeuw nog drie andere belangrijke scholen: de Kagyu, Sakya en de Gelug. Deze
tradities volgen in feite dezelfde boeddhistische leringen,
maar ze benadrukken allemaal hun eigen beoefeningen en kloostertradities. Het Maitreya Instituut volgt de Gelug traditie van het Tibetaans boeddhisme, zoals ook door Zijne
Heiligheid de Dalai Lama gevolgd wordt.
Het zogenaamde Tibetaans boeddhisme wordt niet alleen in Tibet gevonden,
maar ook in Bhutan, Noord Nepal, Noord India, Mongolië
en enkele staten van Rusland.
Wat kan ik met al deze verschillende tradities
beginnen?
Iedere boeddhistische traditie legt de nadruk
op iets andere zaken of iets andere beoefeningen, en we kunnen
zelf de benadering kiezen die het beste bij ons past en waarbij
we ons het meest thuis voelen. Het is echter wel belangrijk
een open geest te houden en andere tradities te respecteren,
tenslotte zijn ze allemaal gebaseerd op het onderricht van
de Boeddha. Naarmate we ons ontwikkelen kan het zijn dat we
elementen uit andere tradities, die we eerder niet begrepen,
ineens begrijpen, waardoor we een heel ander beeld krijgen
van die traditie. Bijvoorbeeld schrikken de vele rituelen
en de uitgebreide symboliek van de boeddhistische tantra
veel mensen in eerste instantie af, maar door te ontdekken
wat er eigenlijk achter deze rituelen schuilgaat, kan het opeens
begrijpelijk worden. Kortom, we beoefenen wat bruikbaar is
om een beter leven te leiden, en alles wat we nog niet begrijpen
leggen we het best terzijde zonder het definitief af te wijzen.
Als we de specifieke traditie hebben gevonden
die het best past bij onze persoonlijkheid, dan kunnen we
ons daarmee beter niet teveel identificeren in de trant van
"Ik ben een Mahayana-boeddhist, jij bent een Theravada-boeddhist"
of "Ik ben een boeddhist, jij bent een christen".
Het is belangrijk ons te realiseren dat we allemaal mensen
zijn die geluk zoeken en die de waarheid willen realiseren
en dat we allemaal een methode proberen te vinden die past
bij onze aard.
Een open geest hebben voor andere benaderingen betekend echter
niet dat we alles zomaar door elkaar kunnen halen; onze beoefening
zou dan een hutspot worden. Het is bijvoorbeeld beter om geen
meditatietechnieken uit verschillende tradities te gebruiken
tijdens één meditatiesessie. Het is aan te bevelen
om tijdens één sessie ook slechts één
techniek te hanteren. Als we een stukje van de ene techniek
en een stukje van een andere techniek nemen en deze door elkaar
gebruiken zonder ze elk afzonderlijk goed te begrijpen, dan
kunnen we tenslotte makkelijk in de war raken.
Tevens is het aan te raden om dagelijks dezelfde meditaties
te beoefenen. Als we de ene dag een ademhalingsmeditatie doen,
de volgende dag Boeddha's naam reciteren en de derde dag een
analytische meditatie doen, dan zullen we waarschijnlijk weinig vorderingen
maken in een van deze drie methoden omdat er geen continuïteit
in onze beoefening zit.
Een aspect dat in een bepaalde traditie wordt benadrukt kan
echter ons begrip en de beoefening van een andere traditie
wél verrijken, dus we hoeven niet overdreven eenkennig
te zijn met het bestuderen van andere tradities, zolang het
maar geen verwarring bij ons oproept.
"Het is bijzonder belangrijk
om te begrijpen dat de kern van het onderricht van de Theravada
traditie, zoals gevonden wordt in de Pali geschriften, de
basis van de leer van de Boeddha vormen. Uitgaande van deze
leringen, kan men uit de inzichten putten die in de gedetailleerde
verklaringen van de Sanskriete Mahayana traditie. Uiteindelijk
kan men technieken en perspectieven uit de Vajrayana teksten
integreren om ons begrip te versterken. Maar zonder een
basis in de hoofdbegrippen van de Pali traditie betekent
het niets wanneer men zichzelf een volgeling van de Mahayana
noemt.
Wanneer men dit soort dieper begrip heeft van de verschillende
teksten en hun interpretatie, dan is men gevrijwaard van
het vasthouden aan foutieve mening over tegenstrijdigheden
tussen het 'grotere' (Maha) versus het 'kleinere' (Hina)
voertuig (Yana). Soms is er een betreurenswaardige tendens
vanuit bepaalde volgelingen van het Mahayana om de leringen
van de Theravada te kleineren, en te claimen dat ze de leringen
van het mindere voertuig zijn, en dus niet geschikt zijn
voor de eigen persoonlijke beoefening. Op vergelijkbare
manier zijn er volgelingen van de Pali traditie die soms
de geldigheid van de Mahayana traditie verwerpen, en claimen
dat ze niet echt de leringen van de Boeddha zijn.
Terwijl we de Hart Soetra gaan bestuderen is het belangrijk
goed te begrijpen hoe deze tradities elkaar aanvullen en
te zien hoe ieder van ons op individueel niveau al deze
leringen kan integreren in onze persoonlijke beoefening."
Zijne Heiligheid de Dalai Lama in het boek 'The Heart
Sutra'.
|