Ik betuig mijn eerbied aan de spirituele leraar en beschermer
Manjushri,
wiens wijsheid - gescheiden van de wolken van de twee verduisteringen
-
helemaal zuiver en volkomen helder voortschijnt als een
zon;
die een tekst aan zijn hart houdt als symbool
dat hij de betekenis van alle dingen ziet zoals ze zijn;
die met mededogen als voor een eigen kind alle soorten wezens
-
die verward door de duisternis van hun onwetendheid gevangen
zitten
in het cyclische bestaan en overweldigd worden door lijden
-
met zestig melodieuze kwaliteiten onderwijst;
wiens donderende verkondiging van de Dharma
ons uit de slaap van de verstorende emoties doet opstaan
en ons van de ijzeren ketenen van karma bevrijdt;
die het zwaard van wijsheid hanteert dat de duisternis van
onwetendheid opheft
en het opkomende lijden neerhouwt waar het verschijnt;
die zuiver is vanaf het begin tot het tiende bodhisattva-stadium
en daarmee de hoogste graad van perfectie van een bodhisattva
heeft bereikt;
en wiens prinselijk lichaam is getooid met de 112 kenmerken
van een boeddhalichaam.
OM A RA PA TSA NA DHIH
[herhaal het laatste woord DHIH zo vaak mogelijk]
Ik buig neer voor u, Manjushri!
Meedogende, verhelder de duisternis van onwetendheid die
mijn geest omsluit
met de lichtstralen van uw wijsheid.
Verleen mij helderheid van intelligentie en wijsheid,
zodat ik de woorden van de Boeddha, en de commentaren die
ze uitleggen, kan begrijpen.